Netto uit bruto, box 1, jonger dan de AOW-leeftijd.
Netto per maand
—
Netto per jaar
—
Loonheffing per jaar
—
Algemene heffingskorting
—
Arbeidskorting
—
Your breakdown
Updates live as you typeTwee kortingen bepalen je netto
Het verschil tussen bruto en netto in Nederland zit in box 1 en in twee heffingskortingen. Eerst wordt de belasting berekend over de drie schijven, waarbij het tarief van de eerste schijf ook de premies volksverzekeringen bevat. Daarna verlagen de algemene heffingskorting en de arbeidskorting die belasting fors. Vooral de arbeidskorting is groot, tot 5.599 euro in 2025, en stijgt mee met je inkomen tot ongeveer 43.000 euro, om daarna langzaam af te bouwen. Deze rekenmachine past de officiele tabellen van de Belastingdienst toe.
Een belastbaar inkomen van 45.000 euro
Bij 45.000 euro belastbaar inkomen is de belasting in box 1 ongeveer 16.228 euro: 35,82% over de eerste 38.441 euro en 37,48% over het meerdere. Daar gaan twee kortingen vanaf: de algemene heffingskorting van ongeveer 2.016 euro en de arbeidskorting van ongeveer 5.473 euro. De loonheffing komt zo uit op ongeveer 8.738 euro, waardoor netto ongeveer 36.262 euro per jaar overblijft, oftewel ruim 3.020 euro per maand.
Waarom wijkt mijn loonstrook iets af?
Deze berekening gaat uit van het belastbaar inkomen voor iemand jonger dan de AOW-leeftijd, zonder pensioenpremie. Een pensioenregeling, de bijtelling van een auto van de zaak of andere inhoudingen verschuiven het bedrag. De jaaropgaaf en de loonstrook van je werkgever zijn leidend voor het exacte netto.
Veelgemaakte fouten bij het berekenen van netto uit bruto
De meest voorkomende fout is het verwisselen van het brutosalaris op de arbeidsovereenkomst met het belastbaar inkomen. Je werkgever kan een pensioenpremie inhouden die het belastbaar inkomen verlaagt, waardoor je effectief minder belasting betaalt dan je op basis van het contractloon zou verwachten. Omgekeerd verhogen een auto van de zaak (bijtelling) of een woning in box 1 (eigenwoningforfait) het belastbaar inkomen juist.
Een tweede veelgemaakte fout is denken dat een loonsverhoging altijd tot een evenredig hogere netto-opbrengst leidt. Door de afbouw van de arbeidskorting boven circa 43.000 euro en van de algemene heffingskorting boven circa 24.813 euro, pakt een bruto salarisverhoging van 1.000 euro bij een modaal inkomen netto beduidend minder uit dan 1.000 euro. Bij een inkomen van 45.000 euro bedraagt het marginale nettotarief ruwweg 43 tot 49 procent, afhankelijk van de exacte positie in de kortingsafbouw. Dit fenomeen staat ook wel bekend als de armoedeval bij lagere inkomens of de hoge-inkomenswedge bij hogere inkomens.
Nederland in internationaal perspectief
Vergeleken met andere Europese landen kenmerkt Nederland zich door een relatief smal schijvenstelsel (twee schijven voor mensen jonger dan de AOW-leeftijd), gecombineerd met forse inkomensafhankelijke kortingen. Het gevolg is dat de belastingdruk voor inkomens tot circa 25.000 euro door de heffingskortingen verrassend laag uitvalt, terwijl de effectieve druk boven 100.000 euro snel richting 50 procent beweegt.
Zelfstandigen (zzp'ers) kunnen naast de bovenstaande kortingen ook de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling van 12,7% toepassen op de winst uit onderneming. Die aftrekposten verlagen het belastbaar inkomen, waardoor het netto-inkomen bij een vergelijkbaar omzetniveau hoger kan uitvallen dan bij loondienst. Gebruik de zelfstandigenaftrek rekenmachine om dat belastingvoordeel te berekenen.