Eindkapitaal uit startbedrag, inleg, rendement en looptijd.
Eindkapitaal
—
Totale inleg
—
Behaald rendement
—
Jouw overzicht
Wordt direct bijgewerkt| Post | Bedrag |
|---|
Waarom tijd zwaarder weegt dan het bedrag
Samengestelde interest beloont geduld. De eerste jaren lijken bescheiden, maar over twee of drie decennia overtreft het behaalde rendement vaak de volledige som van de inleg. Daarom verslaat vroeg en regelmatig beleggen bijna altijd het later inleggen van grotere bedragen. Deze rekenmachine combineert een startbedrag met een maandelijkse inleg en laat alles aangroeien tegen het gekozen rendement over de opgegeven looptijd.
10.000 euro, daarna 200 euro per maand, 20 jaar, 5 procent
Wie met 10.000 euro start en twintig jaar lang 200 euro per maand inlegt tegen 5 procent rendement, legt in totaal 58.000 euro in. Het eindkapitaal komt echter uit op ongeveer 109.000 euro. Ruim 51.000 euro daarvan is rendement, bijna de helft van het eindbedrag. Bij dertig jaar overtreft het rendement de inleg ruimschoots, omdat de samengestelde groei exponentieel werkt. Let op: het rendement is een aanname, markten schommelen, en het bedrag is bruto, voor belasting en inflatie.
Hoe wordt samengestelde interest berekend?
De formule combineert twee onderdelen. Het startbedrag groeit via de klassieke compoundformule: startbedrag x (1 + maandrendement) tot de macht aantal maanden. De maandelijkse inleg groeit via de toekomstige-waardeformule voor annuiteiten: inleg x ((1 + maandrendement) tot de macht aantal maanden, minus 1) gedeeld door het maandrendement. Het totaal van beide geeft het eindkapitaal. Het maandrendement is het jaarlijkse rendement gedeeld door 12. Bij een jaarrendement van 5 procent is dat 0,4167 procent per maand. Bij een rendement van 0 procent vereenvoudigt de formule tot een eenvoudige optelling van alle inleg plus het startbedrag.
Veelgemaakte fouten bij het inschatten van groei
De eerste fout is optimistische rendementsaannames. Een langjarig gemiddeld rendement van een breed gespreide aandelenindex ligt historisch rond de 7 tot 8 procent nominaal, maar met forse schommelingen per decennium. Gebruik voor conservatieve planningen 4 tot 5 procent. De tweede fout is het vergeten van inflatie. Een eindkapitaal van 200.000 euro over 30 jaar heeft in reele koopkracht aanzienlijk minder waarde dan hetzelfde bedrag vandaag. De derde fout is het negeren van box 3. Vermogen boven de vrijstelling (in 2025 is dat 57.000 euro per persoon) wordt forfaitair belast, ongeacht het werkelijke rendement. Plan de verwachte belastinglast apart in; deze rekenmachine toont bewust een bruto eindkapitaal zodat je de vergelijking vrij kunt maken.